|
De idee om zijn toevlucht te zoeken tot het cremeren van lijken bij wijze van begrafenis, gaat in ons land terug tot ongeveer een eeuw geleden. In 1930, op initiatief van de Cooperatieve Vennootschap voor Crematie (privé inrichting) werd een crematorium gebouwd in Ukkel. Destijds liet de wet de crematie niet toe maar verbood het echter ook niet. De Wetgever reageerde onmiddelijk en op 21 maart 1932 werd een wet betreffende de crematie van lijken afgekondigd. Deze vertrouwde namelijk de crematie toe aan de enige publieke dienst. Twaalf brusselse gemeenten (Brussel, Anderlecht, Vorst, Ganshoren, Elsene, Jette, Koekelberg, Sint-Jans-Molenbeek, Sint-Gillis, Sint-Joost-ten-Node, Schaarbeek en Ukkel) richtten een intercommunale vennootschap op ten einde de installaties te kopen en het crematorium te kunnen uitbaten. Momenteel, zijn het nog altijd dezelfde gemeenten die onze inrichting besturen. |
|
|
In 1989 gaf een Koninklijk Besluit de mogelijkheid aan elke persoon om zijn laatste wilsbeschikking inzake teraardebestelling te laten opnemen in het bevolkingsregister van zijn gemeente. In 1990 regelde een Koninklijk Besluit de uitstrooiingswijze van de assen in de zee (territoriale zee). In 1992 werd een commissie opgericht op initiatief van Mijnheer Louis Tobback, Minister van Binnenlandse Zaken, die uitdraaide op de afkondiging van een nieuwe wet in 1998. De belangrijkste wijziging was toen we de creatie en de uitbating van een crematorium moesten overlaten aan de overheidsdienst. De privé-inrichtingen beschikken over 5 jaar om aan de wet te voldoen. In 1999 verplichtte een wet het gebruik van een oplosbare urn in water tijdens de uitstrooiing van de assen in zee (uitstrooiing door onderdompeling). Sinds 2000 is de overschrijving in het bevolkingsregister van de laatste wilsbeschikking duidelijker geworden door er de plaats van de teraardebestelling aan te duiden. |